Wat moet de provincie in de komende periode doen?

  • Een sturende en coördinerende rol spelen bij de ontwikkeling van fossielvrije warmtebronnen zoals geothermie en aquathermie. Onder andere door het opzetten van pilots, het faciliteren van ontwikkelaars en het verminderen van (financiële) risico’s. Natuur, waterkwaliteit en leefomgeving zijn voorwaardelijk.
  • De gemeente-overschrijdende uitvoering van de warmtetransitie aanpakken, mogelijk met publieke participatie in warmtebedrijven en/of een provinciaal warmtebedrijf.
  • Infrastructuur die nodig is voor de warmtetransitie vóór 2030 gereedmaken. De ontwikkeling van infrastructuur moet zoveel mogelijk klimaatneutraal zijn.
  • De aanleg van warmtenetwerken bevorderen. Daarbij moet niet-fossiele restwarmte uit niet-fossiele industrie (bijvoorbeeld van datacenters en mogelijk waterstofproductie) voorrang krijgen boven nieuw op te wekken warmte.
  • Maatwerkafspraken maken met de huidige aanbieders van warmte over verduurzaming: 60 procent CO2-reductie in 2030 en klimaatneutraal in 2040. Nieuwe ontwikkelingen worden alleen toegestaan als deze klimaatneutraal zijn. Voorlopig (tot 2030) zijn back-upvoorzieningen voor piekmomenten daarvan uitgezonderd.